Oninbaar! En nu?

Let op nieuwe regeling! Als u een factuur stuurt aan uw klanten, moet u de omzetbelasting daarover in de aangifte over die maand direct aangeven en betalen. Als uw klanten binnen de termijn betalen is dat geen probleem. Betaalt uw klant de factuur echter helemaal niet of maar gedeeltelijk, dan is uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar. Dan hebt u aan de belastingdienst omzetbelasting betaald die u niet ontvangen hebt. U kunt deze dan terugvragen.

De nieuwe regeling

Vanaf 1 januari jl kunt U de omzetbelasting terugvragen zodra het zeker is dat uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. De vordering wordt vanaf 1 januari 2017 in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk 1 jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen. Als geen betalingstermijn is vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

Het bedrag van de teruggaaf verwerkt u in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan of de 1-jaarstermijn is verstreken. U mag kiezen of u het terug te vragen btw-bedrag opneemt als aftrekbare voorbelasting (vraag 5b van de aangifte) of als negatieve omzet met het daarbij behorende negatieve bedrag aan btw (vraag 1a of 1b van de aangifte).

Let echter wel op als de oninbaarheid is ontstaan vóór 1 januari 2017 dan geldt nog de oude regeling en moet u een brief sturen naar uw belastingkantoor waarin u om teruggaaf verzoekt.

Overgangsrecht

Hebt u een vordering waarvan de uiterste betaaldatum is verstreken vóór 1 januari 2017 maar die op die datum (gedeeltelijk) niet is ontvangen? En is die vordering vóór 1 januari 2017 niet oninbaar? Dan begint de termijn van 1 jaar te lopen op 1 januari 2017. Dit betekent dat deze vordering op 1 januari 2018 als oninbaar wordt aangemerkt voor zover de vordering op die datum nog steeds niet is ontvangen. Wanneer de oninbaarheid van deze vordering in de loop van 2017 op een andere wijze is komen vast te staan, ontstaat uiteraard al op dat moment het recht op teruggaaf.

Alsnog ontvangen betaling ná teruggaaf btw

Als u de btw van een vordering in mindering hebt gebracht in uw btw-aangifte en deze vordering wordt alsnog geheel of gedeeltelijk betaald, dan geeft u de verschuldigde btw over het gedeelte dat u hebt ontvangen aan in het aangiftetijdvak waarin u de betaling ontvangt.

Ten slotte de overdracht van vorderingen

Als een ondernemer zijn vordering geheel of gedeeltelijk overdraagt aan factormaatschappij ((maat dit geldt ook voor een andere ondernemer), dan treedt deze voor die vordering of het overgedragen gedeelte daarvan in de plaats van de ondernemer die de vordering overdraagt.

Wanneer de vordering oninbaar is of als oninbaar wordt aangemerkt (verstrijken 1-jaarstermijn), dan kan de overnemende ondernemer de omzetbelasting alleen terugkrijgen door het indienen van een teruggaafverzoek. Hiervoor moet gebruik worden gemaakt van het formulier ‘Verzoek om teruggaaf van Omzetbelasting (overgenomen vorderingen)‘.

Source:: http://www.henkoostdam.nl/index.php/2017/01/30/oninbaar-en-nu/

Posted in Belastingen

Belastingontwijking, tipgevers en morele principes.

Belastingontduiking is al zo ongeveer net zo oud als de heffing ervan. Belastingontwijking is meer van deze tijd en Offshore Leaks maakt helder hoe wijdverbreid de ontwijkingspratijken zijn. Nu denkt u, lezer, ja maar jullie adviseurs hebben boter op je hoofd, jullie verzinnen die constructies. En dan moet ik erkennen dat de vakbroeders dat inderdaad veelvuldig doen. Verreweg de meeste constructies zijn daarbij opgezet binnen de kaders van de bouwstenen die bestaan uit verdragen, de wet en de uitleg daarvan door de rechter. Het is een hele industrie waar op de Zuid-as ook goed aan wordt verdiend. De zaken worden daarmee al een stuk complexer omdat ook er voor Nederland economische belangen op het spel staan. Hoe groot die belangen zijn en wat de relatieve belangrijkheid daarvan is, is ongewis. Ik heb er zo mijn gedachten over maar vooral omdat het werk van deze construerende juristen niet wezenlijk bijdraagt aan nieuwe ontwikkelingen in Nederland.
Wat de heffing betreft gaat Nederland uit van heffing over hetgeen hier wordt verdiend. Als het gaat om grote geldstromen dan wordt er in Nederland over een zekere marge belasting geheven. En verder maakte het ons – tot voor kort – niet zo veel uit. Die houding maar ook door de vrijstelling voor de winst op deelnemingen (dat afwijkt van vele andere landen) en een uitgebreide verdragen netwerk maakt dat Nederland bijzonder interessant is. Andere landen kennen door een ander heffingsstelsel die vrijstellingen niet. De mismatch tussen de verschillende systemen maakt dat er soms sprake is van dubbele heffing, waarvan men vindt dat dat voorkomen moet worden, maar ook van niet heffen. En dat laatste was tot vrij recent niet echt een item, en ja als je dan toch gaat construeren doe het dan goed.
Als het inkomen niet in Nederland wordt verdiend, dan stelt Nederland de heffing over het algemeen vrij. We maken daarbij wel het voorbehoud dat er over het buitenlandse inkomen minstens net zo veel belasting wordt geheven als in Nederland. Zo niet dan heffen we bij. Hoeveel Nederland bij heft hangt overigens af van het belastingverdrag dat we met de diverse landen hebben afgesproken. Dat is niet in elk verdrag gelijk geregeld. Met 180 verdragen is dat een gecompliceerde aangelegenheid.
Nu wordt niet al het inkomen aangegeven en wordt er ook nog al wat vermogen in het buitenland uit het zicht van de fiscus gehouden. Dat vinden we niet fijn. Nu komt er wel eens een tipgever voorbij die mensen er bij lappen. De motieven daarvoor laat ik in het midden. Soms kom je iemand tegen die oprecht verontwaardigd is, maar rancune en jaloezie spelen een belangrijke rol. Nu zijn er tegenwoordig ook mensen zijn die tegen een vergoeding doen gegevens overdragen. De Nederlandse Staat betaald tipgevers afhankelijk van de opbrengst. Die tipgevers worden dan weer wel anoniem gehouden. Het is een gevaarlijk vak dat tipgever zijn. Dat die tipgever beschermd wordt vindt ik niet zo gek. Dat wordt met anonieme getuigen in strafprocedures ook met enige regelmaat gedaan. Dat de tipgever betaald wordt vindt ik over het morele randje. Ik mag hopen dat over het tipgeld gewoon belasting betaald wordt.
Wat wel gek is, is dat er over de tipgever geprocedeerd wordt, dat Nederland dan krampachtig doet over de afspraken die men gemaakt heeft en dat Nederland, naar het lijkt, valse getuigenissen laat afleggen. Daarmee worden de mensen die over de kwesties moeten oordelen voor het lapje gehouden en als dat de rechtelijke macht betreft dan heb je voorzichtig gesteld een uitdaging.
Wie zonder zonde is werpe de eerste steen. Ik ben niet zo van het boek, maar sommige morele principes uit het boek zijn tijdloos. Met de tipgeverskwestie is duidelijk geworden dat ook onze overheid nog maar weinig op heeft met morele principes. In de private sector is dat al langer een punt dat onder de aandacht is. Het is in onze huidige onzekere maatschappij een zeer heikele kwestie en iets dat inmiddels meer dan alleen maar aandacht behoeft.

Tagged with: , , ,
Posted in Belastingdienst, Fiscale boetes, Procederen, Uncategorized

Panama Papers

Welke Nederlandse namen zullen binnenkort in de stukken opduiken? Denk je na KBLux en de gekochte Luxemburgse bankgegevens alles gehad te hebben, dan zijn daar opeens Panama Papers. De schaal van de gegevens die men boven water heeft gekregen is onvoorstelbaar en ook de detaillering is bewonderenswaardig. Vele overheden zullen bovenop deze gegevens duiken en kijken of er in deze goudmijn voor hen belangwekkende gegevens zitten. Andere overheden zijn veel minder blij en zullen het karkas zo snel mogelijk onder de grond proberen te stoppen. Welkom in de wondere wereld van het globale zakendoen.
Van een echte ontdekking kun je nauwelijks spreken. Iedereen weet dat het gebeurd. Men probeert al jaren een vinger te krijgen achter de schaal waarop het gebeurt. Het is dan ook vooral de schok dat het zo groot is en dat het een zo specifieke groep mensen betreft. Dat het voorgespiegeld lijkt te worden als een samenwerkende groep en de schok dat er naast vele legitieme redenen om constructie toe te passen vaak ook door minder frisse lieden gebruik gemaakt wordt van de vele mogelijkheden die internationaal opereren biedt. Het is dan ook vooral de onwil om zaken internationaal af te stemmen die de vele gaten en mazen in de diverse regelingen mogelijk blijven maken. En laat wel zijn als verschillen in wetgeving niet adequaat geregeld worden, dan kan er van dat verschil gebruik worden gemaakt.
Nu heeft Nederland volgens het laatste overzicht van de belastingdienst met 138 landen een of meerdere belastingverdragen. Dat is uitzonderlijk veel. Nederland gaat er over het algemeen van uit dat wat hier verdient wordt, hier moet worden belast en niet elders. Andersom geldt het zelfde; wat elders verdient wordt, hoeft in Nederland niet nogmaals belast te worden. In principe is dat fair. Helaas zitten er nog al wat verschillen in belastinggrondslagen en zijn er nog al wat interpretatieverschillen in de diverse begrippen. Het wordt dan meteen een stuk lastiger als we iets gaan vinden van de interprestatie verschillen of als een buitenland om haar moverende redenen niet of niet op dezelfde manier heft als wij en die buitenlandse overheid het met de regels niet zo nauw neemt. Dan kom je terecht in de heksenketel van (inter)nationale en geopolitieke belangen.
We staan dus weer aan het begin van een nieuwe spannende periode. Wat komt er nog boven tafel? Welke Nederlandse bedrijven of personen worden nog onder het vergrootglas gelegd en hoe ziet het plaatje er dan uit. Doorstaan de gekozen structuren de toets der kritiek.

Tagged with: , , , , ,
Posted in Formeel

Deregulering VAR

IMG_5971Per 1 mei vervalt de VAR en volgt de beoordeelde overeenkomst haar op. Als je conform de richtlijnen van de belastingdienst werkt dan is er nog niet zo gek veel aan de hand. Lastig worden de randgevallen en zoals altijd hangt het lekkerste fruit op de rand van de afgrond. Ik weet niet waar we blij mee moeten zijn, maar er is ook geen reden voor treurnis. De VAR was interessant voor ZZP-ers, mensen die op grond van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden voor een opdrachtgever verrichten. Het vervelende van de VAR was dat ze een vorm van schijnzekerheid gaf. Als de belastingdienst de opgegeven omstandigheden achteraf anders beoordeelde dan wordt er gewoon nageheven bij de opdrachtgever en soms bij de opdrachtnemer. Dit laatste vooral afhankelijk van de vraag wie de informatie voor de VAR-verklaring had verstrekt. De VAR regelgeving bood die ruimte ook. De onzekerheid werd contractueel meestal op de opdrachtnemer afgewenteld.

Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

De belastingdienst heeft zich het hoofd gebroken over de ZZP-ers. ZZP-ers worden geacht in een overeenkomst van opdracht te werken en voor verschillende opdrachtgevers werkzaam te zijn. In de praktijk van alle dag is dat wel eens lastig. Als de belastingdienst op basis van de haar verstrekte informatie een arbeidsrelatie beoordeeld dan zit de dienst daar aan vast. De dienst moet dan gaan bewijzen dat de verstrekte informatie opzettelijk onjuist is verstrekt. Hoewel men vermoedt dat niet iedereen even oprecht is, is het aantonen dat iemand niet oprecht is erg lastig. Om die reden wil men dat de belastingdienst de handen zo veel mogelijk vrij houdt. Als de beoordeling van de arbeidsrelatie in eerste aanleg niet bij de dienst ligt, dan kan de dienst zonder al te veel hindernissen de situatie achteraf beoordelen. En achteraf ziet alles er anders uit.

De Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties gaat er dus van uit dat partijen verstandig handelende mensen zijn, dat men weet waarmee men bezig is en dat opdrachtgever en opdrachtnemer goed weten wat een overeenkomst van opdracht inhoudt: namelijk het tegen vergoeding uitvoeren van een opdracht. Een opdracht kan zijn het reorganiseren van een bedrijf, het bouwen van een softwarepakket voor rekening van opdrachtgever, het voor een bepaalde datum oogsten van een perceel, het controleren van een administratie en zo voort en zo voort. De vergoeding kan op vele manieren worden bepaald, partijen zijn daar in principe vrij in. Pas echter wel op; het mag ook geen aannemen van werk worden, dan gelden weer andere regels. Hoe een bepaalde klus moet worden aangepakt is het probleem van de opdrachtnemer, hij hoeft het ook niet perse zelf te doen, als de voor het werk vereiste kwaliteit of kwantiteit maar gehaald wordt om de opdracht adequaat te kunnen voldoen.

De overeenkomst van opdracht is op vele terreinen inzetbaar. Van het zelfstandige beroep en de hooggekwalificeerde technicus, tot de tijdelijke vervanger van de tuinmedewerker, voor allen kan de overeenkomst van opdracht kan een uitkomst zijn. Een aantal zaken zijn belangrijk om in de gaten te houden: de duur van de overeenkomst en de vervangbaarheid van de persoon die de opdracht feitelijk uitvoert en het toezicht (gezag) op de uitvoering. Een overeenkomst van opdracht wordt uit de aard van de opdracht geacht een korte doorlooptijd te hebben. Herhaling van opdrachten bij dezelfde opdrachtgever hoeft geen probleem te zijn, maar leidt wel tot een verhoogd risico als aaneensluitende opdrachten later dan 1,5 a 2,5 jaar gaan duren. De exacte duur hangt af van de soort opdrachten, het aantal en mate waarin de rechter oordeelt dat er “in dit specifieke geval” na x tijd sprake is van een overeenkomst van arbeidt. Als er geen vervanging mogelijk is dan neigt de opdracht naar een arbeidsovereenkomst en als de opdracht onder nauwgezet toezicht wordt uitgevoerd, dan moet de opdrachtnemer zeer hoge gekwalificeerde werkzaamheden verrichten wil dat niet onder het gezag van de opdrachtgever komen te vallen.

De beoordeling van de situatie is dus van nog al wat factoren afhankelijk. Het lastige van bijna alle situaties is dat als opdrachtgever en opdrachtnemer elkaar gevonden hebben en ze graag een langduriger relatie aan gaan, de overeenkomst van opdracht erg dicht tegen de arbeidsovereenkomst komt te liggen. Het onderscheidt vervaagt dan en hoewel men van te voeren zonder enige twijfel uit mocht gaan van de overeenkomst van opdracht wordt dat na verloop van twee tot drie jaar toch anders beoordeeld. De duur van de overeenkomst van opdracht en de afwezigheid van andere opdrachtgevers maakt dat voor dezelfde situatie andere conclusies getrokken gaan worden, eigenlijk alleen maar door het verstrijken van de tijd.

Het spel moet volgens de regels gespeeld worden

Als je je strak aan de regels voor de overeenkomst van opdracht houdt, dan zie ik geen probleem in de beoordeling van de arbeidsverhoudingen. Het probleem gaat zitten in de grensgevallen. Wat is nog wel en overeenkomst van opdracht en wanneer slaat een overeenkomst van opdracht gezien de duur om in een arbeidsovereenkomst? Voor de eerste heeft de belastingdienst een aantal modelovereenkomst gemaakt en biedt ze aan om overeenkomsten te toetsen. Het probleem gaat uiteindelijk zitten in de feitelijke invulling en de duur van de overeenkomst. Het tweede is een zaak die belanghebbenden zelf moeten bewaken. Belanghebbenden die beide zaken niet in de peiling (laten) houden gaan vroeg of laat een keer nat zoals dat in het klaverjassen heet.

Tagged with: , , , ,
Posted in Inkomstenbelasting, Loonheffingen, Zelfstandige, ZZP

Inkomstenbelasting in strijd met EVRM?

060TaxConsultNetwork kopieDe Nederlandse belasting over vermogensrendement is in strijd met het Europese verdrag voor de Rechten van de Mens. De Box 3 heffing houdt te weinig rekening met de reële inkomsten. Met name als er verliezen geleden worden op de beleggingen is de belasting op grond van een fictief rendement willekeurig en is er sprake van een oneigenlijke vermogensontneming. Er is in die situatie geen inkomen te belasten. De Hoge Raad kan de wet echter niet zo maar buiten toepassing verklaren. De Hoge Raad moet de regering een mogelijkheid geven tot aanpassing van de wet. In een paar regels is dat de kern van het advies advocaat-generaal (AG) Niessen aan de Hoge Raad.

Inkomsten uit sparen en beleggen (bv. rente en dividend) én de waardestijging van vermogen (bv. stijging van vastgoedprijzen of aandelenkoersen) worden in de inkomstenbelasting belast naar een fictief rendement. De wetgever gaat ervan uit dat iedereen gemiddeld over een aantal jaren een rendement van 4% kan behalen (dus dat dat vermogen groeit met 4 %). Een deel van dit fictieve rendement, tot 2016 namelijk 1,2 procent, moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Deze regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economische voorspoed. De advocaat-generaal meent dat met de kennis van nu niet meer worden uitgegaan van een dergelijk rendementen. Maatschappelijk, zo stelt hij vast, is over deze belasting na 2011 steeds meer onrust en onvrede ontstaan.

De advocaat-generaal wijst er op dat de moderne belastingwetgeving is gebaseerd op individuele draagkracht. Een heffing die uitgaat van een fictieve gemiddelden is daarmee in tegenspraak. Ook zijn belastingplichtigen volgens hem vrij om hun financiën zelf in te richten en zouden zij daarom niet moeten worden belast op basis van een opbrengt die zij volgens de wetgever hadden kunnen halen. Hoewel dit advies daarvoor niet geschreven is geldt dit ook voor de gebruikelijke loonregeling voor de Directeur Groot Aandeelhouder. Het uitgangspunt voor die regeling is dat de directeur aandeelhouder zelf zijn beloning vaststelt en dat die in overeenstemming moet zijn met vergelijkbare personen. Het lastige van deze situatie is hoe vergelijkbaar deze personen zijn.

De rechter kan de regeling helaas niet wijzigen of vervangen volgens de Advocaat Generaal. Dit omdat daarbij rechtspolitieke keuzes moeten worden gemaakt. De advocaat-generaal adviseert aan de Hoge Raad om de wetgever een termijn te geven voor aanpassing of vervanging van de regeling. Zolang dat niet is gebeurd, kan de rechter beslissen dat de regeling buiten toepassing moet blijven in gevallen waarin een belastingplichtige verlies lijdt op zijn vermogen.

De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie. Een conclusie is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad is niet verplicht dit advies te volgen, maar over het algemeen wordt aan het advies wel veel gewicht toegekend.

Posted in Belastingplannen, Inkomstenbelasting

Acupunctuur door artsen opnieuw vrijgesteld van BTW

In haar persbericht van 14 september 2015 heeft de Nederlande Artsen Acupunctuur Vereniging de uitkomst van een door ons gevoerde procedure bekend gemaakt. Een mooie uitspraak die duidelijk maakt dat een arts voor de omzetbelasting vrijgestelde handelingen verricht, ook als dat alternatieve behandelingen zijn. Of de handeling effectief is of al dan niet bewezen, is voor het (belasting)recht niet relevant. De arts zal ook tuchtrechtelijk aansprakelijk zijn als hij bij zijn behandelingen fouten maakt. Om die reden oordeelde het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch op 11 september 2015 dat ook complementaire behandelingen (waaronder acupunctuur) van geregistreerde artsen tot voor de omzetbelasting de vrij te stellen gezondheidszorg behoort.

De uitspraak vindt u hier.

Het persbericht van de NAAV:

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in hoger beroep op 11 september jl een heel heldere uitspraak gedaan in de al langer slepende zaak van een acupunctuur-arts. Volgens de Belastingdienst zijn acupunctuur-artsen sinds 1 januari 2013 niet meer vrijgesteld van BTW. De acupunctuurbehandeling van artsen werd daarmee 21% duurder. De artsen verenigd in de Nederlande Artsen Acupunctuur Vereniging (NAAV) waren daar mordicus tegen en hebben een gezamenlijke procedure aangespannen. Na de Rechtbank Breda heeft nu ook het Gerechtshof’s-Hertogenbosch de acupunctuur-artsen gelijk gegeven.
De acupunctuur-artsen reageren verheugd op de uitspraak. “Wij zijn regulier werkende artsen die ook acupunctuur en andere alternatieve geneeswijzen aanbieden” reageert Albert Fabriek, woordvoerder van de NAAV. “Het is waanzin om ten behoeve van de gezondheidsindustrie complementaire behandelwijzen fiscaal volledig van tafel te vegen en deze fiscaal niet langer als gezondheidszorg te bestempelen. Je jaagt mensen van op zich zelf goede zorg weg. Daar is het fiscale recht niet voor bedoeld.” Het Gerechtshof heeft duidelijk gemaakt dat alle behandelingen die geregistreerde artsen verrichten voor hun patiënten vrijgesteld horen te zijn. De wet BIG, de wet die het artsenregister regelt is daar helder in en ook de medische tuchtcolleges roepen artsen tot de orde als ze fouten maken bij hun zorgverlening, dat geldt ook voor niet-reguliere zorg. Het Gerechtshof neemt al deze aspecten mee in de uitspraak en komt tot het oordeel dat acupunctuur uitgevoerd door artsen wel is vrijgesteld voor de omzetbelasting. Als de belastingdienst niet binnen zes weken in cassatie gaat, dan hoeven Acupunctuur-artsen voortaan geen BTW meer te berekenen over deze consulten. Volgens de procederende belastingadviseurs van Tax Consult Network, de heren Oostdam en Kouwenhoven is het een mooie uitspraak die bevestigd dat acupunctuur gezondheidkundig werk is aan de individuele patient.

Meer info:
NRC 17-09-2015 – Een alternatieve arts is ook een arts, zegt de fiscus nu
NRC 17-09-2015 – Btw op acupunctuur en chiropraxie afgeschaft

Posted in Omzetbelasting

Meer rechtsbescherming nodig bij bestuurlijke boete

logo In een uitzonderlijk advies vraagt de Raad van State aandacht voor rechtsbescherming van burgers. Het gaat dan om het door de overheid gehanteerde instrument van bestuurlijke boetes. Volgens deRaad van State moet opnieuw naar de rechtsbescherming van burgers bij bestraffende sancties worden gekeken. Het hoogste adviesorgaan van de regering noemt het ‘wenselijk’ dat daarbij het strafrecht en het bestuursrecht op elkaar worden afgestemd.

In het advies wordt geconstateerd dat de wetgever steeds vaker kiest voor de bestuurlijke boete in plaats van een wet via het strafrecht te handhaven. Oorspronkelijk werd het middel alleen gebruikt voor lichte, veelvoorkomende overtredingen. Steeds vaker worden bestuurlijke boetes ook opgelegd bij zware en complexe overtredingen. Verder worden vaker hoge boetes opgelegd bij relatief lichte overtredingen. Tegelijkertijd heeft het strafrecht ook niet stilgestaan. De officier van justitie kan met een strafbeschikking straffen opleggen buiten de rechter om. Beide ontwikkelingen dragen bij aan een stelsel van handhaving waarin de rechtsbescherming van de burger onderbelicht is geraakt, aldus de Raad van State.

Het advies is bijzonder omdat het ongevraagd is. De Raad van State moet dus wel heel erg omhoog hebben gezeten om dit probleem aan te kaarten. Sinds 1980 heeft de Raad van State slechts 2 keer eerder gebruik gemaakt van zijn mogelijkheid om de regering ongevraagd te adviseren. Ze doen dit dus niet lichtvaardig. Het hele rapport leest u hier

Raad van State: Den Haag , 15-9-2015

Posted in Fiscale boetes, Formeel

De directeur en (zijn) pensioenplannen

Staatssecretaris Wiebes heeft op 1 juli een brief verstuurd waarin hij ingaat op de pensioenen in eigen beheer. De Staatssecretaris ziet twee mogelijkheden om het pensioen in eigen beheer opnieuw in te richten.

De eerste mogelijkheid is de Oudedagbestemmingsreserve. Deze reserve is een fiscale regeling waarbij een deel van de fiscale winst nog niet wordt belast, maar bestemd voor de oude dagvoorziening van de Directeur Groot Aandeelhouder (DGA). Als deze DGA dan uiteindelijk met pensioen gaat moet er met het gereserveerde geld een uitkering worden gekocht. Aan deze regeling zitten een paar lastige punten. De er zit verschil in de fiscale en de commerciële balans en het gereserveerde geld blijft van de BV, de DGA kan het kopen van een uitkering afdwingen als de BV in zwaar weer komt.

De tweede mogelijkheid is het oudedagsparen in eigen beheer. De regeling is min of meer vergelijkbaar met het oudedagsparen bij de bank. Elk jaar wordt dan een bedrag gebaseerd op een pensioenstaffel opzij gezet en met de marktrente opgerent. Dit oudedagsparen leidt tot een schuld van de BV, die verplicht gebruikt moet worden om net als bij de reserve een uitkering te kopen. Een belangrijk verschil is dat de spaarregeling voor de BV een echte schuld is. Een voordeel van de spaarregeling is dat er geen verschil is tussen de fiscale en de commerciëleschuld.

De gedachte die men heeft is om bestaande regelingen om te zetten naar een van beide mogelijkheden. Men denkt dan de fiscale voorziening om te zetten in een reserve of spaarsaldo. De fiscale voorziening is op dit moment in sommige situatie nog niet de helft van wat er commercieel gereserveerd is. De DGA, maar ook de medegerechtigde gaan er dan fors op achteruit. De positie van de medegerechtigden zoals de echtgenote en de kinderen bij die omzetting is dus nog wel een dingetje.

Al met al neigen de meeste bij het overleg betrokken partijen naar de oudedagspaarregeling in eigen beheer. Met name omdat dit de meest eenvoudige en overzichtelijke regeling is.
Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Posted in Inkomstenbelasting, Loonheffingen

Het gaat electronisch, dus is het sneller … maar makkelijker?

Halleluja! We gaan electronisch communiceren met de Belastingdienst. Staatssecretaris Wiebes heeft de Tweede Kamer verzocht het wetsvoorstel Elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst versneld af te handelen zodat deze al vanaf 1 oktober 2015 in werking kan treden. De bedoeling van dit wetsvoorstel is om de berichten wisseling met de belastingdienst goedkoper en makkelijker te maken. De grote vraag nu is of het allemaal écht makkelijker wordt voor de belastingbetaler.

Het streven van de staatssecretaris is dat alle correspondentie tussen de belastingbetaler en de belastingdienst uitsluitend elektronisch plaats gaat vinden. Belastingaangiftes gebeuren tegenwoordig al elektronisch maar dit voorstel betekent ook het einde van de blauwe envelop. Deze wordt vervangen door een mailbox die gelinkt zal zijn aan het persoonlijke digiD van de belastingbetaler. De communicatie zoals belastingaanslagen, beschikkingen en andere correspondentie zal straks uitsluitend via deze mailbox worden gevoerd.

Dit klinkt makkelijk en gunstig, echter zitten hier wel een aantal haken en ogen aan. Er is nog steeds een groot deel van de bevolking zonder e-mailadres of toegang tot het internet, dit zijn de zogenaamde digitaal- hulpbehoevenden. Deze mensen blijven afhankelijk van de ‘blauwe envelop’. De staatssecretaris meent echter dat deze mensen hulp moeten zoeken bij een familielid of vertrouwenspersoon. Deze vertrouwde persoon moet een machtiging ontvangen om de fiscale zaken van de digitaal-hulpbehoevende te regelen. Dit betekent wel dat op gedwongen wijze iemand anders vergaande bevoegdheden krijgt over de zaken van deze digitaal-hulpbehoevende. De vraag is of onze van privacy-regels dat toestaan.

Indien belasting niet of te laat wordt betaald kan de belastingdienst een boete opleggen. Het standpunt op dit moment van de belastingdienst is dat men verantwoordelijk is om zelf zijn post open te maken, hetzelfde uitgangspunt wordt genomen voor de mailbox, deze dient men dagelijks/wekelijks te checken op nieuwe berichten. Hier zit eenzelfde twistpunt als hierboven, niet iedereen heeft internettoegang of is zo gewend aan computergebruik dat dagelijks de mailbox wordt gecheckt. Hiermee riskeert men een fixe boete terwijl men niet eens weet dat er belasting betaald moet worden. Er zijn wel een paar uitzonderingen op voorgaande, bijvoorbeeld in het geval van minderjarigen onder de 14, mensen onder curatele en niet ingezetenen. Met hen zal de correspondentie nog wél schriftelijk plaatsvinden. De meeste belastingbetalers zullen zich echter digitaal moeten aanpassen.

De invoering van het systeem vindt plaats over een periode van één jaar, in eerste instantie zal de elektronische berichtgeving maar bij een paar belastingen verplicht worden gesteld. Daarnaast zal er in de beginperiode naast de e-mails ook nog schriftelijk worden gecorrespondeerd om de overgang wat makkelijker te maken voor de belastingbetaler. In de loop van het jaar zal voor steeds meer belastingen de elektronische berichtgeving verplicht worden gesteld. Men heeft dus tot oktober 2016 om zich aan te passen aan de nieuwe berichtgeving. De staatssecretaris laat er in ieder geval geen gras over groeien.

De voorgenomen regelingen die bedoeld zijn om het leven van zowel de belastingdienst als de belastingbetaler makkelijker te maken laten nog een aantal vragen onbeantwoord. De tijd zal leren of het einde van de blauwe brief echt is aangebroke of de dat het toch allemaal niet zo makkelijk is als de staatssecretaris graag zou zien.

(met dank aan co-auteur Richard Bierlaagh)

Posted in Belastingdienst, Belastingplannen, Formeel, Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting

Het Belastingplan; weer een sigaar uit eigen doos

Afgelopen vrijdag heeft Staatsecretaris Wiebes het geheime belastingplan in een brief naar de Kamer gestuurd.
Wel slim gespeeld van de coalitie. Het nu gepresenteerde plan is pas het eerste deel. Twee heel belangrijke delen worden nu niet gepresenteerd. Er komt nog een plan over de zzp-ers en er komt nog plan over box 2. Twee plannen waar alle ondernemers iets van zullen merken. Dus of het venijn in de staart zit weten we pas na de zomer.

Het nu gepresenteerde plan gaat, behalve een aanpassing in box 3 en de autobelastingen (daarover volgende keer), over het volgende:
• Belastingverlaging voor alle werkenden. Door de tarieven aan te passen.
• Nog meer belastingverlaging voor alle werkenden betaald door het grotendeels afschaffen van het lage BTW-tarief.

Natuurlijk is belastingverlaging voor alle werkenden mooi. Doe dat vooral, maar een extra belastingverlaging betaald door een BTW verhoging is een slecht plan. Het plan is dat alleen BTW op voedsel 6% blijft, en alle andere spullen en diensten dan te belasten met het hoge tarief. Zoals de kappers, de fietsenmakers, museumbezoek en bijvoorbeeld boeken en tijdschriften. Dit is een extreem slecht plan. Dit treft deze kleine ondernemers en/of persoonlijke dienstverleners heel erg hard. Deze branches hebben het al heel zwaar te verduren gehad in de crisis. Het CBS heeft jaar na jaar dalende omzetten laten zien bij de ondernemers in de branches. Zij beginnen net weer een beetje op te krabbelen en wat te verdienen. Verhoging van het BTW tarief betekent gewoon een prijsverhoging van 15%. Als ondernemer zie je het voor je, in een keer de prijzen met 15% omhoog. Dat loopt meestal helemaal niet goed af.

Het kabinet verdedigt deze maatregel met de stelling dat de verlaging van de kosten op arbeid, banen zullen opleveren. Dat zou kunnen, echter door deze maatregelen zullen heel veel banen in de getroffen sectoren verdwijnen. Dit zijn ook sectoren waar relatief veel minder hoog opgeleide zelfstandigen werkzaam zijn. Het simpele voorbeeld is de kapper. Zijn prijzen zullen door de BTW verhoging direct met 15% stijgen. Voor veel klanten betekent dat gewoon minder vaak naar de kapper. Voor de kapper een omzet daling van 15%. Dat betekent simpelweg 15% kappers te veel. Bij een werkzame populatie van 47.000 betekent dat dan dus 7.000 minder banen. Dank u mijnheer Wiebes.

Een algemene maatregel werkt ook in sectoren waar dat helemaal niet nodig is. Waar de kosten van arbeid worden opgevangen door automatisering ed. Innovatie dus. Een sector waar vanzelf nieuwe banen ontstaan die dit duwtje van Wiebes helemaal niet nodig hebben. De sector persoonlijke dienstverlening is een sector waar gewoon niet zo veel valt te innoveren. Of wil je soms graag dat een robot je haar komt knippen? Dat is de makke van het kabinetsplan.

Posted in Belastingplannen, Inkomstenbelasting, Omzetbelasting
Top